Is deze nieuwsbrief niet duidelijk te lezen? Bekijk hem op onze website!

LVZ opgetogen over studiedag rond faillissementen


Het Liberaal Verbond voor Zelfstandigen en het Studiecentrum voor Ondernemerschap (Hogeschool-Universiteit Brussel) organiseerden gisteren een studiedag rond faillissementsoorzaken in Brussel. Professor Johan Lambrecht stelde de resultaten van de studie "Falingsoorzaken bij zelfstandigen en kmo’s" voor. De studie kwam er in opdracht van LVZ en is een gevolg van een vorige LVZ-studiedag over armoede bij zelfstandigen. Op basis van het onderzoek stelde LVZ-directeur Luc Soens acht beleidsaanbevelingen voor. Hierna vindt u behalve een verslag van deze boeiende en druk bijgewoonde studiedag ook de belangrijkste onderzoeksresultaten en een blik op de aanbevelingen.

Lees, bekijk en beluister de verslaggeving in de pers.

Hoogstaand programma met veel afwisseling

Een bomvolle EHSAL-zaal was getuige van een zeer afwisselend programma, dat vlot werd afgewerkt door moderator en presentator Veronique Goossens (Kanaal Z). Het publiek bestond uit een mengeling van ondernemers, medewerkers van overheidsinstanties als het Agentschap Ondernemen of RSVZ, verantwoordelijken van sociale verzekeringsfondsen en mutualiteiten, maar ook advocaten en boekhouders. Ook andere organisaties die zich toeleggen op de begeleiding van zelfstandigen en ondernemers in moeilijkheden (Tussenstap, Efrem, Boeren op een Kruispunt) waren present.

Na het welkomstwoord door LVZ-voorzitter Roni De Waele, bracht prof. Lambrecht de belangrijkste onderzoeksresultaten naar voor. Hij ontkrachtte in de eerste plaats de mythes dat het aantal faillissementen in België zou exploderen en dat het vooral jonge bedrijven zijn die over de kop gaan. Daarna kwam de vaak moeizame relatie tussen ondernemer en curator aan bod.

De voorstelling van de studie werd gevolgd door een moedig en merkwaardig getuigenis van een gefailleerde ondernemer.

Tijdens het pittige panelgesprek, in goede banen geleid door Veronique Goossens, gingen de deelnemers dieper in op de uitgebreide problematiek van de afhandeling van faillissementen. Curator Geert Waeterloos riep zichzelf uit tot schietschijf maar slaagde er met zijn gevatte tussenkomsten in ook de huidige werkwijze en de belangen van de curatoren te verdedigen. De kritiek op de huidige procedure van ondernemer Jacques Delodder, Efrem-directeur Dirk Verschoore en zelfs van minister van Ondernemen Vincent Van Quickenborne was nochtans bijwijlen niet mals. Ook professor Johan Lambrecht bracht tijdens het debat belangrijke nuanceringen aan. Alles bij elkaar was het een zeer geanimeerde, hoogstaande en interessante discussie.

De beleidsaanbevelingen die op basis van de onderzoeksresultaten door het LVZ werden opgesteld, werden bekendgemaakt door LVZ-directeur Luc Soens. Hij legde vooraf de nadruk op een aantal mentaliteitsveranderingen die nodig zijn, en die ook uit het debat oprezen. Dat jongeren nog te voorzichtig zijn om zelfstandige ondernemer te worden, dat er te weinig respect is iedereen die uiteindelijk dat risico neemt, dat ondernemers te laat hulp gaan zoeken, dat er te weinig instanties zijn waar ondernemers in problemen terecht kunnen, en dat falen helaas nog steeds moeilijk bespreekbaar is. LVZ vraagt in de eerste plaats dat de functie van curator zou omgevormd worden tot een echte ondernemersbemiddelaar, die meer de belangen en de continuïteit van de zelfstandige zelf voor ogen houdt tijdens de hele procedure van de afwikkeling van het faillissement. De andere beleidsaanbevelingen vindt u verderop.

Deze succesvolle studienamiddag werd afgesloten met een receptie waarbij nog heel wat aanwezigen de resultaten en aanbevelingen bespraken.

Een uitgebreid fotoverslag vindt u op onze website.

Fotoverslag studiedag

Uniek onderzoek naar oorzaken faillissementen

Het LVZ-Actieplan SOS Zelfstandigen uit 2007 leidde tot de vraag naar verder wetenschappelijk onderzoek. "De vrees voor een faillissement, de afwikkeling, de gevolgen en de nasleep hiervan, is een thema dat zowel zelfstandige ondernemers zelf als een belangenorganisatie in hoge mate bezighouden. Dergelijk thema sluit ook naadloos aan bij andere noodsituaties en de armoedeproblematiek bij zelfstandigen", zei LVZ-voorzitter Roni De Waele (foto) gisteren bij het openen van de studiedag.

"Daarom vertrouwde LVZ aan professor Lambrecht de studie toe naar Falingsoorzaken bij zelfstandigen en kmo’s. Het resultaat is een unieke, volledige en gedetailleerde analyse en bespreking, zowel kwantitatief als kwalitatief, van alle faillissementen die zich in een bepaalde periode (in casu van 1997 tot 2007) in België hebben voorgedaan."

Professor Lambrecht en onderzoekster Wing Ting To brengen in hun studie een duidelijk beeld op lange termijn van de werkelijke oorzaken van faillissementen en van de problemen die zelfstandige ondernemers ondervinden als hun zaak over de kop gaat.

Nieuwe bedrijven minst kwetsbaar

Enkele opmerkelijke resultaten uit de studie:

Vaak wordt beweerd dat nieuwe bedrijven (minder dan 3 jaar oud) het meest kwetsbaar zijn voor een faillissement. Uit de analyses van de onderzoekers blijkt alvast het omgekeerde. Nieuwe bedrijven zijn net het minst kwetsbaar voor een faillissement. Op 100 actieve nieuwe bedrijven kennen zij het laagste aantal faillissementen (0,3 tegenover een gemiddelde van iets minder dan één faillissement op 100 actieve bedrijven in België in de periode 1997-2007). Nieuwe bedrijven stoppen ook het minst ten gevolge van een faillissement.
"Het zijn de bedrijven van 6 tot 9 jaar en van 10 tot 14 jaar oud die het meest kwetsbaar zijn voor een faillissement. Er zijn sectoren waar de oudste bedrijven (minstens 15 jaar oud) recent kwetsbaarder zijn geworden voor een faillissement" aldus prof. Lambrecht (foto).

De cijfers ontzenuwen de hardnekkige opvatting dat faillissementen zich vooral voordoen bij nieuwe bedrijven. Prof. Lambrecht schrijft die misvatting toe aan een verkeerde interpretatie van de statistieken en aan het verwarren van een stopzetting met een faillissement. “Een bedrijf stopt niet noodzakelijkerwijs ten gevolge van een faillissement,” zegt hij. “Doordat het aantal stopzettingen het hoogst is bij de jongere bedrijven wordt daar vaak uit besloten dat de meeste faillissementen in die groep plaatsvinden. Dat klopt niet."

Bedrijven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en horeca zijn het meest kwetsbaar voor faillissement.

De helft van de geïnterviewde ondernemers die over de kop zijn gegaan, haalt één reden (intern, extern of persoonlijk) voor het faillissement aan. Een torenhoge schuldenlast die de familiale overdrager aangegaan is en ruzie met familiale vennoten zijn de voornaamste persoonlijke oorzaken. De meest genoemde externe falingsoorzaken zijn wanbetalers en de hoge kosten van de boekhouder. De andere helft van de ondervraagde ondernemers wijt de faling aan een samenspel van factoren. Ze verwijzen zowel naar externe als interne falingsfactoren of naar een combinatie van externe, interne en persoonlijke factoren.

“Een verkeerd strategisch management, zwakke startfundamenten en een ‘vernietigende schok’ (fraude, familieruzies, slechte opvolger) die bedrijven ondergaan, zijn de drie falingspaden bij gevestigde kmo’s,” aldus prof. Lambrecht en Wing Ting To. “De helft van de onderzochte praktijkgevallen werpt de handdoek in de ring nadat ze met een verzwarende gebeurtenis die de adem afsnijdt, worden geconfronteerd. Het is de speekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen, zoals het verlies van een rechtszaak dat als onrechtvaardig wordt ervaren.”

Uit het onderzoek blijft ook de diepe kloof tussen failliete ondernemer en curator. Ondernemers die failliet gaan, blijven met een wrange nasmaak achter. “Ze hebben vaak geen vertrouwen meer in derden, trekken zich beschaamd terug, ervaren het faillissement als een veroordeling en vrezen de reacties van het gezin. Uit de gesprekken met de curatoren en de ondernemers blijkt dat vaak een diepe kloof gaapt tussen beiden."

Meer over de onderzoeksresultaten

Curator voorop bij beleidsaanbevelingen

Luc Soens (foto), directeur Liberaal Verbond voor Zelfstandigen, formuleert op basis van het onderzoek acht concrete aanbevelingen. Meest in het oog springende voorstel is de omvorming van de rol en functie van de curator tot een “ondernemersbemiddelaar”, die het belang van de ondernemer meer voor ogen probeert te houden. Op onze website vindt u meer uitleg over deze voorstellen.

1. Curator wordt ondernemersbemiddelaar
2. Herbeginnen met een echte nieuwe lei
3. Faillissementsverzekering wordt ondernemersvergoeding
4. Herstarten makkelijker maken
5. Erkenning van organisaties die bemiddelen en bijstaan
6. Eenduidiger gerechtelijk beleid
7. Juiste duiding van faillissementscijfers
8. Blijven ijveren voor betalingsbevel tegen wanbetalers

Beleidsaanbevelingen LVZ

Verdere informatie

De volledige publicatie van deze studie kan u met onderstaande link downloaden via onze website.

Voor meer informatie over de beleidsaanbevelingen kan u terecht bij LVZ:
Het Liberaal Verbond voor Zelfstandigen
Livornostraat 25, 1050 Brussel
Tel. 02-426 39 00
Fax. 02-426 34 17
info@lvz.be

Voor meer informatie over de onderzoeksresultaten kan u terecht bij het Studiecentrum voor Ondernemerschap (SVO):
EHSAL - SVO
Stormstraat 2, 1000 Brussel
Tel. 02-210 16 01
Fax. 02-210 16 03
johan.lambrecht@hubrussel.be

Publicatie Falingsoorzaken bij zelfstandigen en kmo's

"De curator moet een ondernemersbemiddelaar worden en er moet een beter gestructureerd overleg komen op vaste tijdstippen met de rechter-commissaris, de voorzitter van de rechtbank van koophandel én de gefailleerde ondernemer."

Luc Soens, directeur LVZ

27-11-2009